Brief uit Ameland

De rubriek over de historie van Okkenbroek en in het bijzonder die van Huize Okkenbroek gaat door heel het land. Er was al contact met Kitty Hoogstraten-Muijs (stiefdochter van Franz Fuchsthaller) uit Huizen en het Stedelijk Museum in Amsterdam. Vandaag kwam er een brief met prachtige foto's vanuit Ameland van Ria Vloedgraven-Lubbers over de familie Van der Wal. Tuinman, timmerman en boswachter bij de eerste bewoner van de villa.

Hollum-Ameland 07 03 2013

Hermannus van der WalBij deze stuur ik een paar foto’s van de familie Van der Wal, de vroegere bewoners van het tuinmanhuis bij Huize Okkenbroek. Toen ik via internet op zoek was naar Huize Okkenbroek, zag ik dat u een hele lijst van vroegere bewoners van Huize Okkenbroek had aangelegd. Ik las dat in 1924 het tuinmanshuis aan timmerman/aannemer Jan van Ens was verkocht.

Daarvoor woonde in dat huis de familie Van der Wal. Dat waren mijn overgrootouders. Hermannus van der Wal, geboren op 02-03-1855 in Voorst (Wilp). Hermannus is overleden op 31-05-1928 om 09.00 uur in Deventer, 73 jaar oud. Mijn overgrootvader Hermannus, trouwde 25 jaar oud op 08-05-1880 in Voorst met mijn overgrootmoeder Johanna Neuteboom, 23 jaar oud, geboren op 24-03-1857 in Olst. Johanna is overleden op 05-05-1931 om 12.00 uur in Deventer, 74 jaar oud.

Hermannus van der Wal was in loondienst bij Jonkheer Armand Crommelin, de eerste bewoner van de villa, als tuinman/timmerman. Tevens zorgde hij dat wild en gevogelte op de eettafel kwam. De familie kwam te wonen in het tuinmanshuis achter villa Huize Okkenbroek. De familie Van der Wal had 13 kinderen, waaronder mijn grootmoeder Jenneke van der Wal, geboren op 02-09-1888 in Voorst(Wilp). Jenneke is overleden op 10-07-1978 in Deventer, 89 jaar oud. Zij trouwde, 24 jaar oud, op 12-07-1913 in Diepenveen met Timen Veldhoen. Zij hadden in Deventer een transportbedrijf.

Met mijn oma Jet (Jenneke), ging ik altijd naar Huize Okkenbroek. Zij was daar vroeger dienstbode geweest bij de familie Crommelin. Mijn overgrootvader Hermannus van der Wal was tuinman en boswachter op Huize Okkenbroek. Ik heb nog altijd geprepareerde martertjes (dus heel oud) in mijn bezit.

Bij de boerderij Adrianahoeve kwamen we ook altijd. Speelde ik met de kinderen Stegeman. We gingen dan vaak met hen naar het bos achter Huize Okkenbroek. Vooral de ijskelder was interessant! Het was net een terp met graszoden er overheen. De kelder was afgesloten met een tweetal groene deuren. Wanneer wij als meisjes er in gingen dan gooiden de jongens de deuren dicht. Wij zetten het dan logisch op een gillen.

Net voor Lettele zijn twee hoge heuvels. Net ervoor woonde vroeger de familie Sanders. Mevrouw Sanders was heel klein en liep helemaal voor over. Achter hun huis was een soort moeras en als we daar dan in liepen hadden we naderhand hele dikke enkels. Dat kwam door de giftige lelies. Sanders zelf werd altijd heel boos wanneer we daar hadden gelopen, want die had er klemmen en strikken staan. (hij was een eerste klas stroper). Vlak na de oorlog liepen mijn oma en ik van Deventer naar Okkenbroek. We hadden dan een wagentje bij ons, om hout te sprokkelen. Soms moesten we een eind omlopen, in verband met het opblazen van bommen bij de V1 baan, die daar nog lagen. Het duurde soms de hele dag. We kregen dan eten bij de familie Stegeman.

Mijn oma had 1 zoon en 2 dochters, waaronder mijn moeder Tinie. Mijn moeder was later dienstbode bij Burgemeester Crommelin in Twello. Ze was daar voor dag en nacht. Wanneer we later wel eens gingen fietsen brachten we aan de Twellose weg in Twello altijd een bezoekje.

Gerard Vloedgraven, mijn man, werkte bij Sallandgas bij de Inspectiedienst. Toen Okkenbroek aardgas kreeg, moest hij enquête werkzaamheden verrichten. Zo ook bij Huize Okkenbroek. Bij de rondgang in de villa trok de bewoner, de heer Van den Hengel, enkele kastladen open en Gerard zag daar allemaal kunststof neuzen en oren liggen. Op zijn werk vertelde hij dat later, maar hij werd niet geloofd.

Door de telefoon sprak ik mevrouw van Ens. Zij wist nog dat mijn oma een zuster had die Lucie heette. Tante Lucie, geboren in 1899, had een hoedenwinkel in de Kleine Overstraat in Deventer. Tante Lucie had aan de linkerkant geen arm maar een stompje. Mevrouw Van Ens vertelde mij ook dat zij een hoed bij tante Lucie had laten maken. Van tante Lucie sluit ik ook een foto bij.

Tevens een foto van mijn overgrootvader Hermannus van der Wal met hond en jachtgeweer. Volgens mij staat hij vóór het dorpscafé in Okkenbroek. Ook een foto van mijn oma Jenneke (Jet) van der Wal, die dienstbode was in Huize Okkenbroek. Verder een tweetal foto’s van mijn overgrootouders die in het tuinmanshuis woonden.

Ik hoop dat u de verhalen kunt gebruiken?

Hartelijke groeten,

Ria Vloedgraven- Lubbers
Hollum – Ameland.