• Home
  • Gebouwen na 1900

Gebouwen

Okkenbroek kent relatief veel cultuurhistorisch waardevolle gebouwen. Bouwwerken die van belang zijn omdat de ontstaansgeschiedenis van het dorp er aan is af te lezen. Denk aan de molen, de smederij, de kerk of huize Okkenbroek. En niet te vergeten bijvoorbeeld de ARK of het gebouw van de Coöperatie.

Onze voorouders kenden geen gedetailleerde wegen- en landschapskaarten. In die tijd gaf men namen aan stukken bos, wegen, boerderijen en kampjes. Zo kon men een bepaalde plek aanduiden. De namen zijn vaak een afspiegeling van begrippen die men vroeger hanteerde. Sommige van die (veld)namen zijn nog steeds een begrip. 

Dankzij de toestemming van Tonny Mulder uit Schalkhaar, auteur van het boek Achter leilinden en kastanjebomen (2005) mogen wij het verhaal achter de boerenerfnamen uit dit boek publiceren. 

De erven Ten Have, Harmelink, Borgelink, Bloo, Oosterhuis en Brander zijn de oudste erven in de buurschap Okkenbroek. Deze gewaarde erven worden al in 1399 genoemd in de ‘warenlijst’ van de Gooijermarke. De eigenaren van deze erven hadden stemrecht in de marke. Entree tot de marke werd betaald met een emmer bier of een anker wijn (38 liter), later met geld. ‘Waren’ zijn gebruiksrechten zoals het winnen van grondstoffen, het hakken van bomen of het steken van plaggen. Naast gewaarde erven waren er katersteden, waarvan de bewoners keuters werden genoemd. Deze keuterbedrijfjes waren gewoonlijk kleiner dan twee en een halve hectare. Een keuter had alleen zijn hut of kot als eigendom. Keuters waren van veel rechten en plichten in de marke uitgesloten. Ze moesten jaarlijks een financiële bijdrage leveren aan de gewaarde boeren van de marke. Wanneer een keuter niet in staat was te betalen, dan moest hij het veld ruimen. Soms liet men een keuter uit medelijden zitten, mits hij de anderen niet tot last was. De grond bleef immers eigendom van de marke.

In een markevergadering van de Gooijermarke op 25 juni 1827 werd een lijst overlegd, waarin het getal aan waren en de gewaarde erven zijn aangegeven. Tevens werden zowel de oude als de nieuwe namen van de erven vermeld. Erve Brander, met als oude naam Oertbalding, was de grootste met anderhalve waar, de anderen hadden elk één waar.