Maalderij 1932

In 1852 werd de molen in Okkenbroek gebouw. Een lang leven was deze molen niet gegeven. De molen viel in 1931 ten prooi aan de vlammen. Hierdoor zag mulder Gerritsen zich genoodzaakt een nieuwe maalderij te bouwen. De Bathmensche Coöperatieve Landbouwers Aankoop Vereeniging kocht in 1936, als een nevenvestiging, het bedrijf van Gerritsen.

Pakhuis te OkkenbroekDe Maalderij aan de Oerdijk 157 maakt deel uit van het complex dat 'de Molen van Gerritsen' wordt genoemd. Het complex bestaat uit een restant van een stellingmolen en de maalderij. De voormalige windmolen werd in 1852 gebouwd als korenmolen. Het was een achtkantige bovenkruier op een lage stenen voet. Toen de molen op 21 maart 1931 afbrandde werd hij niet herbouwd. De achtkant werd met een plat dak afgedekt en gebruikt als werkplaats. Mulder Gerritsen liet er geen gras over groeien. Al in april 1931 is er een plan tot het bouwen van een maalderij in Okkenbroek gemaakt. Het jaar daarop werd aan de andere kant van de Muldersweg (die toen nog over het erf van de korenmolen liep) de maalderij met een mechanische aandrijving gebouwd. In de maalderij stond een diesel hulpmotor van 30 pk. opgesteld. Deze dieselmotor is niet meer aanwezig. 

Aan het einde van de 19de eeuw verkeerde de boerenstand in zeer moeilijke omstandigheden. Dit was ook de tijd van de opkomst van de landbouwcoöperaties. De samenbundeling van de krachten is eigenlijk begonnen met de komst van de Boerenbond. In 1899 is de afdeling Bathmen van de Nederlandse Boerenbond opgericht, die zich bezighield met de gezamenlijke inkoop van voedermiddelen, kunstmest en ook aandacht had voor de veeverbetering. Bovendien werden er werktuigen en machines aangeschaft. De Boerenbond werd in 1917 veranderd in de Bathmensche Coöperatieve Landbouwers Aankoop Vereeniging. Een vereniging tot aan- en verkoop en zondig tot verwerking van landbouwbenodigdheden en landbouwartikelen voor Bathmen en omstreken. In verband met de afstanden en de toen slecht begaanbare wegen, werd overgegaan tot het stichten van filialen in de omgeving. Daarom werd in 1936 de maalderij in Okkenbroek van Gerritsen gekocht. In 1939 werd het vervoer van Deventer naar Okkenbroek gegund aan Gebr. Koldeweij voor 72ct/500 kg. G. Schoemaker kreeg het vervoer van Bathmen naar Okkenbroek voor 33ct/500 kg. Als molenaar bleef Gradus Johannes Gerritsen (* 10 mei 1882 - † 2 oktober 1967) op de molen als ‘zetbaas’ werken.

In de oorlog draaide Gerritsen, met gevaar voor eigen leven, de maalderij op volle toeren. De dankbaarheid van Okkenbroek is, getuige een cadeau dat de mulder en zijn vrouw hiervoor in 1947 ontvangen groot. Door de jaren heen steunde de Bathmense Coöperatieve Landbouwers Aankoop Vereeniging verschillende Okkenbroekse verenigingen of instellingen. Denk hierbij aan het Jeugdgebouw en de verharding van diverse wegen in en naar Okkenbroek. Tot in de jaren zestig van de vorige eeuw werd er nog veel afgehaald bij het Okkenbroekse filiaal. Aanvankelijk brachten en haalden de boeren uit Okkenbroek en omgeving met paard en wagen hun producten naar en van de maalderij. Later maakte het paard plaats voor de tractor. Lange tijd was de maalderij één van de twee locaties in Okkenbroek waar getankt (OK-pomp) kon worden. Ook een andere brandstof, kolen, gingen bij de maalderij grif van de hand. Toen de maalderij ophield dienst te doen als maalderij kocht zoon Hein Gerritsen het pand terug van de coöperatie. Jaren later verhuurde hij het aan Manny Wegen die er zijn dierenpreparatie bedrijf vestigde en na enige tijd het pakhuis van Gerritsen overnam.

Het complex 'de Molen van Gerritsen' is in 2012 door de gemeente Deventer aangewezen als gemeentelijk monument om de volgende redenen:

  • De voormalige molen heeft cultuurhistorische waarde als een van de drie gebouwen (molen, smederij en kerk) die een impuls hebben gegeven aan de ontwikkeling van de kern Okkenbroek;
  • De molenstomp vertegenwoordigt een stedenbouwkundige waarde door de beeldbepalende ligging aan de Oerdijk. De maalderij vertegenwoordigt een stedenbouwkundige waarde door de prominente en beeldbepalende ligging aan de Oerdijk;
  • De achtkantige stelling heeft ensemblewaarde vanwege de voormalige functionele samenhang met de molenaarswoning en de stedenbouwkundige samenhang met de ter vervanging gebouwde maalderij;
  • De molenstomp is tevens van belang vanwege de herkenbaarheid van de stellingmolen;
  • Het restant heeft zeldzaamheidswaarde als enig herkenbaar overblijfsel van een molen in het dorp Okkenbroek.

De huidige eigenaar van het perceel gebruikt de achter op het perceel gelegen bedrijfshal sinds 2006 voor zijn dierpreparatiebedrijf 'The Centipede'. Het pand, de voormalige maalderij, gelegen aan de voorzijde van het perceel wordt momenteel niet tot nauwelijks gebruikt. Er vindt alleen bedrijfsopslag ten dienste van het dierpreparatiebedrijf plaats.

BRON | Canon van Bathmen, Zaaien & Oogsten geschiedenis Landbouworganisaties Bathmen, Gemeente Deventer, Manny Wegen.