Een stroper is ook maar een mens

jan bril voor zijn boerderijKort voor zijn dood in 1980 schrijft Jan Bril een manuscript over zijn stropersavonturen in Okkenbroek en Lettele. Zoon Theo heeft 22 jaar later het levensverhaal van zijn vader nieuw leven ingeblazen. Hij toverde het manuscript om tot een gebonden paperback.
Wie halverwege de vorige eeuw rondom Okkenbroek of Lettele een gedicht nodig had voor een bruiloft of andere bijzondere gebeurtenis ging naar maar één persoon: Jan Bril. Naast een goede penvoerder was Bril ook, en misschien wel vooral, een bijzonder mens – maar ook een stroper.

Kort voor zijn overlijden in 1980 vertrouwt Bril zijn belevenissen als stroper aan het papier toe, onder de titel ‘Een stroper is ook maar een mens’. Zoon Theo heeft de afgelopen jaren het manuscript van zijn vader bewerkt tot een heus boekwerk. Theo: ,, In eerste instantie verplichte lectuur voor de familie, maar uiteindelijk voor iedereen die een stukje historie van Okkenbroek en Lettele wil herbeleven”. In het boek valt te lezen hoe Jan als achtjarig jongetje les krijgt van zijn vader over de wijze waarop hij het beste een konijntje kan strikken en hoe de natuur zowel vriend als vijand kan zijn.

Theo beschrijft uitvoerig hoe Jan met zijn boezemvriend Gerrit Klein(e) Koerkamp (Gait van de Bloo) en vele anderen op strooptocht gaat. Maar ook hoe hij vrienden ontmoet in café Visser en medeoprichter is van de Okkenbroekse kermis en revue. Een revue die in 2012 nog steeds furore maakt in de kleine, maar o zo hechte plattelandsgemeenschap die Okkenbroek is gebleven. Voor zoon Theo was het bewerken van de pennenvruchten van zijn vader een bijzondere en soms emotionele ervaring. ,,Ik heb mijn vader hierdoor beter leren begrijpen. Zijn zoeken naar eenzaamheid aan de ene kant en zijn taak als gezinshoofd van twaalf kinderen aan de andere kant brachten hem in een spagaat”, zegt Theo met een lichte trilling in zijn stem. Het uitwerken van het boekwerk heeft zoon Theo zoveel jaren later dichter bij zijn vader gebracht.

,,Mijn vader is in mijn herinnering echt niet altijd oké voor me geweest. De grootspraak die hem werd verweten - daarvan weet ik nu dat het zijn wijze van overeind blijven is geweest.” Theo (59), woonachtig in Rijswijk: ,,Ik hoop over een paar maanden 60 te worden. Mijn vader was 62 toen hij stierf. Ik denk hem nu beter te kennen dan toen hij nog in leven was en kan hem nog beter accepteren zoals hij was en dat doet mij goed. Stiekem vind ik het leuk om te ontdekken dat hij eigenlijk zijn hele leven lang een puber is gebleven.”

BRON | De Stentor door Henk Sepers