Posterijen

Voor de bezorging van de post was Okkenbroek aangewezen op het (hulp)postkantoor in Bathmen. Vandaar uit bezorgde de brievengaarder, zoals een postbode toen werd genoemd, de post in Okkenbroek. In het begin werd het met de adressering overigens niet zo nauw genomen.

Of er in Okkenbroek op enig moment een Plattelandspostagentschap, een Poststation of een Rijksdepot van postzegels is geweest valt niet te achterhalen echter uit de overleveringen is niets dat er op wijst dat dit wel het geval is geweest. Toen de postzegel nog niet was bedacht, moest meestal de ontvanger van post voor de zending betalen. Dit gaf problemen als de geadresseerden de brief niet wilde hebben, of als ze verhuisd waren. Dan bleef de postbode met de post zitten, zonder dat de kosten voor bezorging konden worden geïnd. 

Poststempel BathmenDe eerste Nederlandse postzegel verscheen 1 januari 1852. In 1848 had het Hoofd der Posterijen een rapport opgesteld over het gebruik van postzegels. De invoering van de postzegel werd tijdens de behandeling van de Postwet 1850 door de Tweede Kamer geregeld. Vanaf 1 januari 1852 konden in Nederland postzegels worden gebruikt. Het jaar 1852 was het jaar waarin de vorming van het buurtschap Okkenbroek met de bouw van de molen en smederij vorm kreeg. Op de woeste gronden van Okkenbroek beperkt zich de bewoning tot een aantal kleine boerderijen aan de rand van de Gooijermarke. Wegen, als ze al het predikaat weg mogen voeren, zijn in die tijd van bar slechte kwaliteit. In de winter bevroren karrensporen waarover het op klompen moeilijk lopen is, zomers stoffige wegen en in de herfst blubberwegen. En de afstanden uiteraard opgeven in uren gaans zoals ook (nog) in een prospectus uit 1938 staat voor de verkoop van Huize Okkenbroek: de afstand tot Deventer is ongeveer twee uur gaans.  

Brievengaarder VolkersAl vanaf 1 april 1851 was er in Bathmen een postvestiging, een bestelhuis. Dit was de eenvoudigste postinrichting die in 1850 werd geïntroduceerd (Postwet 1850 per 1 september 1850). Dit bestelhuis was gevestigd bij de wed. W. Bessem in herberg “De Oude Molen”, gelegen aan de postweg Amsterdam-Oldenzaal. Ook kon een Okkenbroeker die een brief ging posten bij “De Oude Molen” gelijk eventuele post voor zijn plaatsgenoten mee terug nemen. Hij moest er dan wel op vertrouwen dat hij het port, dat hij moest voorschieten, terug kreeg. Pas vanaf 1 januari 1871 werd vooruitbetaling de norm. Maar niet verplicht; port voor ongefrankeerde brieven lag wel 100% hoger. 

Op 6 november 1868 volgde de bevordering tot hulpkantoor. Mogelijk, doch puur speculatief, is dat daar al voordien onofficieel brieven door de postiljon werden afgegeven en opgenomen en dat Battemers, Lettelers en Okkenbroekers op deze wijze brieven ontvingen en verzonden. Marten Volkers schrijft in ‘Geschiedenis van de Bathmense Posterijen’ uitvoerig over dit (hulp)postkantoor van waaruit ook de post in Okkenbroek (Post Bathmen) werd bezorgd: “…De beheerder van dit kantoor kreeg de prachtige naam: brievengaarder. De eerste brievengaarder was W.Dekker, maar op 1 januari 1869 werd hij reeds vervangen door Gerrit van Ark- Aan de nieuwe functie had hij zeker nog geen dagwerk, want van Ark oefende voorts nog het beroep uit van timmerman. Dit zal ook de tijd zijn geweest van de Bathmense vrouwelijke brievenbesteller, die de bijnaam "Bode-Mientje had. Na het overlijden in 1892 van Van Ark, werd hij opgevolgd door Jac. Volkers, die getrouwd was met een nicht van Gerrit van Ark. De functie van brievengaarder hield tevens in, dat hij ook was belast met een deel van de bestelling waarvoor hij ook gebruik mocht maken van helpers. De bestelkring was zeer uitgebreid: de gehele gemeente Bathmen en van de gemeente, Diepenveen de buurtschappen Lettele - Linde - Lindeveen en Okkenbroek. Deze bestelling werd vroeger grotendeels lopend afgelegd. Zoals op een foto is te zien gebruikte Jac. Volkers voor het postvervoer ook de hondenkar. Zijn grote witte hond "Cora" trok de kar. G.M.J. Volkers volgde op 16 januari 1914 zijn vader op als brievengaarder. De naam brievengaarder werd later gewijzigd in kantoorhouder. Het postvervoer gebeurde in die jaren geheel per trein. Bathmen was toen nog een stopplaats. Meermalen heb ik postzakken opgehaald van de stoptrein. Als legitimatie moest ik dan een koperen plaatje met opschrift P.T.T. op mijn jas dragen..." Ingaande 1 november 1944 werd G.M.J. Volkers gepensioneerd. Vanaf die datum tot juni 1947 was mej. G.E. Volkers waarnemend kantoorhouder. Ook haar zus mej. J.J. Volkers is vele jaren op verschillende kantoren in Bathmen werkzaam geweest. Na het tijdperk Volkers werd in juni 1947 de heer G.M. Heuvelman aangesteld als kantoorhouder. 

Over de bezorging van de post in het begin van de vorige eeuw schrijft Johan Struik in Uut den Umtrek: "Toen kwam de bode meestal maar één keer in de week, de krant brengen (weekblad) en hoogst zelden een brief. Een enkele keer een moandbreef (belastingbiljet). De berichten werden per postkoets overgebracht, maar dit hield in dat de meeste mensen als men iemand bod of bescheid (bericht) wilde doen, den pad tussen de bene mosten nemmen (men er lopende naar toe moest). Alleen als het wied vot (ver weg) was, schreef men een brief. Dat ging nog heel gemoedelijk. Als men geen postzegel had, deed men gewoon een cent bij de brief in de bus en de postbode plakte er dan wel een postzegel op."

Diepenveen koos in 1840 voor de invoering van een buurtnummering in de buurtschappen. Elke bewoner werd verplicht het nummer met 'blijvende olieverf duidelijk bij de ingang' aan te geven. Diepenveen voorzag toen zo'n 500 huishoudens van een nummer. Okkenbroek begon bij nummer 326 (Riekelt ten Have). 
Later kregen de buurtschappen hun eigen letters met nummer. Voor Okkenbroek was dat de lettercombinatie Ok met een huisnummer daarachter. Daarmee begon een periode van regelmatige omnummering. Zo veranderde bijvoorbeeld het huisnummer van Nieuw Holterbroek diverse keren:

* Periode 1890-1900: Okkenbroek 49 werd Okkenbroek 32.
* Periode 1910-1920: Okkenbroek 32 werd Okkenbroek 44.
* Periode 1920-1932: Okkenbroek 44 werd Okkenbroek 60.

Of het met enige regelmaat wisselen van adres van invloed is geweest op de kwaliteit van de postbezorging valt te bezien.

Postbezorging en het ophalen van de post moet haast wel een gemoedelijke bezigheid zijn geweest getuige het verhaal dat Tiny Otten schetst. De post werd aan huis gebracht. Haar moeder verzorgde toen het verjaardagsfonds. Ze legde de post op de trap en dan nam de postbode de brieven mee. Ook al hadden ze voor de familie Van Ens geen post dan kwamen ze toch langs om de brieven van het verjaardagsfonds mee te nemen. Als de brieven waren opgehaald fietste de postbode bij Stoevenbelt achterlangs naar Okkenbroek toe en vervolgde zo zijn route. 

Met de invoering van de straatnamen in 1963 (Bestelkring Bathmen: Dortherhoek, Lettele, Loo (Ov.) Okkenbroek) kwam een einde aan het tot dan toe gebruikelijke periodiek omnummeren in de gemeente Diepenveen. De nieuwe nummering ging in op 1 januari 1963. Zonder de verhuisdozen in te pakken kreeg heel Okkenbroek een nieuw adres en werd het voor de postbode eenvoudiger de post op het juiste adres te bezorgen. Helemaal toen met de invoering van de postcode in Nederland in 1977/1978 de woonplaatsen (opnieuw) werden vastgelegd. Dit was een grote operatie waarbij alle gemeenten, de toenmalige PTT en het Ministerie van Verkeer en Waterstaat betrokken waren. Sindsdien hoort (in principe) elke plek in Nederland tot één woonplaats en heeft elke woonplaats één naam. Voor Okkenbroek werd de postcode 7435. Gelijk in een telefoonboek verschenen alle postcodes in een postcodeboek.

Reageren? Stuur een Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. naar Henk Sepers.

BRON | Canon van Overijssel, Johan Struik, archief OvO, Tiny Otten, Wikipedia, Geschiedenis van de Bathmense Posterij en door M.H.M. Volkers met dank aan de Oudheidkundige Kring Bathmen, Ad de Goede.