Winkelhuis 1905

De kerk maakte in 1905 de aanzet tot de bouw van een winkelhuis met bakkerij en paardenstalling ten bate van de kerkgangers, die vroeger veel met paard en brik kwamen en liever niet bij Roomschen stalden. Het was de opmaat voor de buurtsuper die in de 21ste eeuw nog steeds in Okkenbroek aanwezig is.

winkel van FuijckTijdens de vergadering van de Kerkstichting Okkenbroek van vrijdag 18 augustus 1905 in het Christelijk Militair Tehuis in Deventer, waar het bestuur in de beginjaren regelmatig onderdak vindt, komt een gewichtige zaak aan de orde. Namelijk de vraag hoe er bij de kerk te Okkenbroek een geschikt huis kan verrijzen, waar gelegenheid is voor kerkgangers, die veel met paard en brik naar de kerk gaan, hun paarden te kunnen stallen. Architect Wibbelink uit Bathmen wordt gevraagd een voorlopige raming voor een huis, bakkerij, winkelbedrijf, koffiekamer en stalling voor 5 of 6 paarden te maken. De fiets is nog een uitzondering, en dan gaat men er nog niet mee naar de kerk. De meesten komen lopend, ouderen ’s winters vaak op de klumpkes. De plannen komen overigens niet uit de lucht vallen. Vroeger had Adam IJssel de Schepper plannen gemaakt voor een dergelijk huis met stalling. Aangezien dat niet door is gegaan besluit het bestuur van de Kerkstichting de plannen van stal te halen. Na inzage van een tekening en de begroting van de architect groot fl. 2.500,00 komt het bestuur tot de overtuiging dat een gebouw van genoemde prijs op den duur wel zijn rente zal opbrengen. In beginsel wordt besloten over te gaan tot de bouw van het geheel mits de Kerkstichting het benodigde geld tegen een billijke rente kan lenen. Ingeschat wordt dat de onderneming de eerste jaren misschien geen voordeel zal opleveren maar daar staat volgens het bestuur een nog groter nadeel tegenover: namelijk dat door gebrek aan een goede stalling het kerkbezoek van de verder af wonende boeren op de duur geen stand zou houden. Aan de Kerkenraad van Colmschate wordt goedkeuring van de plannen gevraagd en architect Wibbelink mag de klad-tekening verder uitwerken. De aanbesteding zal onderhands aan protestantse timmerlieden worden gegund.

Van Tongeren
In de vergadering van 6 oktober 1905 worden de inschrijvingen besproken. Voor het ijzerwerk schrijven Brinkman, Mulder en Kolkman in. Maalderink, Volkers, Horst en Bielderman voor het verfwerk terwijl Biesterbosch en Ottenkamp zich melden voor het metsel- en timmerwerk. Eind dat jaar nadert de bouw reeds de voltooiing. In de persoon van de heer J.W. van Tongeren, bakker in Deventer, meent het bestuur een geschikte sollicitant voor de bakkerij te hebben aangetroffen. Van Tongeren wil, als het bestuur daarvoor een gebouwtje zet, bovendien wel een stoommachine plaatsen. Besloten wordt Van Tongeren de huur te gunnen, voorlopig voor een periode van twee jaar, ingaande 15 maart 1906 (officieel 22 februari). Vergunning voor het verkopen van sterke drank mag niet worden aangevraagd. Het koffiehuis zal op zon- en christelijke feestdagen ’s middags vanaf 4 uur gesloten zijn. Behalve voor logeergasten of voor de reizende man. Bij niet nakomen van deze bepalingen kan de huur 3 maanden na schriftelijke opzegging beëindigd worden. Zowel het bestuur als Van Tongeren stemmen hiermee in en wordt Van Tongeren de eerste huurder. Het ontwerp voor een maalhuis, eveneens getekend door architect Wibbelink, wordt verder uitgewerkt.

Geerdes
Lang blijft Van Tongeren niet in Okkenbroek en gaat het bestuur van de Kerkstichting in april 1907 in zee met de heer J.H. Geerdes uit Deventer als nieuwe huurder voor een periode van twee jaar tegen een huurprijs van fl. 160,00 per jaar. Geerdes pak de zaak voortvarend aan. Hij plaatst in het maalhuis een stoommachine waardoor het gebouw in de volksmond als snel onder de naam ‘de stoom’ door het leven gaat. Als Geerdes zich vanuit Deventer in Okkenbroek vestigt geeft hij, zoals het hoort, een visite voor de buren, de zogenaamde oavertrekkensmoal. Clandestien verkoopt Geerdes af en toe jenever of een borreltje. Omdat in mei 1909 het huurcontract van Geerdes afloopt wil hij tijdig weten waar hij aan toe is. Kan hij in de zaak blijven en onder welke voorwaarden? De zaken in Okkenbroek gaan nog niet zo als gewenst. Hierdoor is de algemene overtuiging van het bestuur dat men gunstige voorwaarden moet bieden aan Geerdes om hem voor Okkenbroek te behouden. Daarbij denkt het bestuur aan het overnemen van de machinerieën en een verlaging van de jaarlijkse huurprijs. In februari 1909, een paar maanden voor het aflopen van het huurcontract, wordt duidelijk dat Geerdes overal zoekt naar een andere zaak. Geerdes en het bestuur komen in goed onderling overleg tot de slotsom de huur per 1 mei 1909 te stoppen of zoveel eerder Geerdes er in slaagt zich ergens anders te vestigen.

Jansen
Evangelist Nieuwenhuis krijgt daarop goedkeuring Jan Willem Jansen (* 31 juli 1860 - † 25 januari 1917) uit Voorst over wie hij goede informatie heeft, te benaderen als nieuwe huurder. Jansen vestigt zich op 28 april 1909 samen met zijn vrouw Aaltje Nijmeijer (* 10 oktober 1858) en hun twee dochters in Okkenbroek. De Jansens gaan iedere vrijdag naar de stad om inkopen te doen, dan doen ze met plezier voor de mensen uit Okkenbroek een boodschap. Klaarblijkelijk gaan de zaken goed want Jansen stemt in 1915 in met een verhoging van de huur. De zaken mogen dan goed gaan, de gezondheid van Jansen laat hem daarna geleidelijk aan in de steek waardoor hij op 25 januari 1917 overlijdt. Voor het bestuur van de Kerkstichting aanleiding voor een breedvoerige bespreking. Het gezin Jansen blijkt er toch niet in geslaagd te zijn de zaak enigszins renderend te maken. Er schijnt zelfs armoede in het gezin te heersen. Wordt het tijd een einde te maken aan deze lijdensgeschiedenis vraagt het bestuur zich af. Mejuffrouw Crommelin, die Jansen steeds heeft ondersteund, meent dat het zowel voor de familie als de Kerkstichting het beste is de huur per 1 mei te beëindigen. Daar staat tegenover dat de zoon een geschikte persoon is die, als hij onder leiding van een verstandig adviseur, in Okkenbroek best zijn brood zou kunnen verdienen met bakken en venten. De bestuursleden Nijkamp en Kloosterboer gaan deze zaak met de familie Jansen bespreken. De weduwe Jansen vertrekt op 30 maart 1917 vanuit Okkenbroek naar Voorst. Reden voor het bestuur moeite te doen een nieuwe huurder te vinden. Met succes.

Fuijck
Besloten wordt als huurder Ferdinand Fuijck (* 26 september 1889) een huurovereenkomst aan te bieden voor fl. 120,00 per jaar. Op 4 juni 1917 komt de in Amsterdam geboren Fuijck vanuit Almelo met zijn echtgenote Froukje de Boer (* 24 februari 1892) in Okkenbroek wonen. Fuijck vent in het begin met de hondenkar. Dat bevalt niet waarna hij overstapt op fiets met bakkersmand. Fuijck heeft wat geploeterd, door de slechte modderwegen, tot ’s avonds laat toe en ’s morgens al weer vroeg uit de veren om te bakken. Mevrouw Fuijck kan zich niet zo goed aanpassen. Zij is nogal ‘stads’. Op enig moment stelt evangelist Nieuwenhuis aan het kerkbestuur voor de huur die Fuijck moet betalen te verhogen, omdat mevrouw Fuijck een nieuwe mantel heeft die zijn vrouw niet kan betalen. De verhoging gaat niet door omdat het bestuur wel in de gaten heeft dat het Fuijck in de crisisjaren niet voor de wind gaat. Crisisjaren die toch al hun tol eisen. Ook Okkenbroek en Fuijck gaan hieronder gebukt met als resultaat dat Fuijck in mei 1936 failliet wordt verklaard. Ruim één jaar later rest het bestuur niets anders dan de huurovereenkomst met Fuijck te beëindigen.

Visser
Fuijck gaat, de familie Visser uit Laren komt in november 1937 en maakt van de zaak een bloeiend bedrijf. Jan Visser pacht de bakkerij, winkel en schenkerij van de kerk en mag beperkt alcohol, dus geen sterke drank, schenken. In 1956 sluit de bakkerij en wordt woonkamer van zoon Anton en zijn vrouw Dineke. Als Visser op 11 oktober 1957 het pand koopt van de kerk wordt het een café met aan de voorzijde de winkel. Visser hoeft dan niet meer zoals eertijds Geerdes clandestien jenever te verkopen. Tien jaar later verhuist het café naar het naastgelegen pand. Het cafégedeelte wordt bij de winkel getrokken. Zoon Anton en dochter Gerry Visser nemen de zaak over van vader Jan. Jarenlang rijdt Anton met een venterswagen door Okkenbroek en omgeving. Eerst met een tractor voor de wagen, later met een rijdende winkel. Elektrificatie en verharding van de wegen is in de beginjaren van Anton Visser (nog) geen gemeengoed. Hij komt dan ook regelmatig vast te zitten in de modder op de toen nog grotendeels onverharde wegen. ‘Visser’ groeit uit tot een begrip in Okkenbroek. Veel verenigingen gebruiken ‘Visser’ als lokaal voor vergaderingen. Dokter Westra uit Bathmen houdt er spreekuur voor moeders met hun zuigelingen. ‘Visser’ ontpopt zich tot ontmoetingspunt voor de inwoners van Okkenbroek. Voor de toonbank wisselen zij nieuwtjes met elkaar uit. Door de jaren heen groeit het assortiment in de winkel enorm. De winkel voorziet met name voor de oudere inwoners, de mensen die Okkenbroek hebben opgebouwd, in een behoefte. Intussen neemt zoon Jan, de derde generatie Visser, in 1993 het café over. Vijf jaar later draait Jan de deur van het café op slot en kiest voor een andere formule. De tapkast, het biljart, de gokkast, dartkast en de bekers maken plaats voor een bistro. Na 67 jaar sluit firma Visser definitief de winkeldeur en valt een belangrijke voorziening weg in Okkenbroek.

In het, dan nog in te richten Kultuurhus in het voormalige cafépand, is een winkel voorzien. Anno 2014 is hierin nog steeds een winkel gevestigd.

Reageren? Stuur een Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. naar Henk Sepers

BRON | Archief van de Kerk, Uut den Umtrek, archief mevrouw Stoevenbelt-Bouwhuis. Stadsarchief Deventer, Oudheidkundige Kring Bathmen.